Lo Reninge 2010
Lo-Reninge OORLOG en ’DE VREDE’
Na het vertrek van 9 ’die hards’ voor de grote rit in
het West-Vlaamse heuvelland , vertrokken op zondag 15 augustus om 9u30 de 16
andere SK Heusden leden onder een dreigende, donkergrijze hemel voor een rit van
55 km.
Bij dit selecte gezelschap hoorden onder meer Charlie, Godelieve,
Jeannot, Adrienne, Raymond, Joris, Marc , Guy en ikzelf.
Daarnaast waren
er ook twee doorwinterde fietsers, Didier en Michel, die de kleine tocht reden
om hun echtgenotes met raad en daad bij te staan. Niet dat het nodig was, want
zowel Kathleen als Eliane stonden goed hun mannetje, maar misschien speelde de
après van de vorige avond ook nog een rol. Ook de jeugd, Jolien en Evelien,
bleken over degelijk materiaal en een dito uitrusting te beschikken. Wie bij de
hond slaapt nietwaar... wat trouwens ook voor ondergetekende geldt.
Dit
bonte gezelschap stond onder de deskundige leiding van Schoentje.
Gezien
het killige, grijze weer en de slechte voorspellingen had iedereen zijn
regenjasje aan of mee. Om te beginnen hadden we al een stijve bries tegen zodat
we aan een gezapig tempo door het vlakke land richting Diksmuide reden. We
hielden halt aan de Dodengang en kregen er gezelschap van Yolantha, de
echtgenote van Raymond, en de onfortuinlijke Arnold met hun
privé-chauffeur. Arnold had tijdens de rit van Heusden naar Lo bij een val
een beentje in zijn hand gebroken en moest dus noodgedwongen met de auto volgen.
We bezochten de overblijfselen van de loopgraven van Wereldoorlog I en
het bezoekerscentrum, waar naast enkele voorwerpen uit die periode ook veel
foto’s tentoongesteld zijn. Aangrijpend !
Langs de jachthaven van
Diksmuide - wist niet dat die er een had - fietsten we naar de
IJzertoren. Daar namen we wat foto’s en reden door naar de markt waar we
een - overdekt ! - terras opzochten. Het wel erg frisse weer nodigde
uit tot koffie en warme chocolademelk maar enkelen begonnen al aan iets
’straffers’ en eigenlijk was het al aperitieftijd. Brigitte en Magda, die de
grote rit volgden, hadden bij het vertrek op bestelling voor iedereen broodjes
gemaakt en een enkeling had van het overvloedige ontbijtbuffet iets
meegeritst.
Na 2 drankjes ging het onder een spatje regen - dat
gelukkig van heel korte duur was - langs kleine, rustige baantjes verder
door de IJzervlakte. Brigitte en Marc hadden weer hun uiterste best gedaan om er
een heel mooi parkoers van te maken met geen enkele grote baan. Chapeau
!
Zo kwamen we tegen de koffie (hm) aan bij de Abdij van Westvleteren
waar de beroemde gelijknamige trappist gebrouwen wordt en ook kan gedronken
worden in de ernaast gelegen taverne ’De Vrede’. Er bestaan 3 soorten
Westvleteren : een blonde van 6,50 en 2 donkere van 8 en 12 graden.
Sommigen begonnen met de blonde en gingen erna over naar de donkere. Enkelen
kozen meteen voor het zwaardere werk.
Kathleen had al van bij het
binnenkomen ’touche’. Een wat oudere heer, in het gezelschap van een nog
oudere dame, vroeg haar ’Vrouwtje, van woar zie je gieder ?’ Kathleen, die een
wel opgevoed meisje is, antwoordde hem beleefd en werd bijgevolg door de man
gestalkt tot buiten, bij ons vertrek!
Gezien we beloofd hadden te
wachten op de fietsers van de grote rit, waren we wel verplicht het niet bij een
glas te houden. We namen er wat paterskaas bij; kwestie van alles wat minder
diep te laten vallen en - het moet gezegd - sommigen schakelden ook
over op koffie of frisdrank. De fietsers van de grote rit kwamen allen goed en
wel aan, na een lastige rit met verschillende hellingen. Die hadden dus niet
alleen een dikke proficiat verdiend maar natuurlijk ook een trappist. Hoewel het
al wat later werd, dronken zij nog een tweede, onder het motto ’Enen soldaat een
vecht niet’ (een in deze streek eerder lugubere uitdrukking van mijn
echtgenoot). Enkele fietsers van de kleine rit bleven ’uit sympathie’ hun
voorbeeld volgen (kunnen jullie goed tellen ?).
Uiteindelijk kropen we
terug op de fiets om weer naar het hotel te rijden, wat gelukkig maar 15 km meer
was, maar dan wel met een felle wind op kop. Die was ondertussen serieus in
kracht toegenomen zodat het jaagpad langs de IJzer bezaaid lag met kleine en
grotere takken. Het was heel mooi rijden langs de oevers van de meanderende
rivier, zonder zon helaas maar gelukkig ook zonder regen. Door die hevige wind
konden we ook letterlijk en figuurlijk wat uitwaaien. Zo fietsten we allemaal
samen het laatste stuk naar het hotel, ruim op tijd voor het uitgebreide
diner.
Hartelijk dank aan Magda, Brigitte en Marc voor de uitstekende
organisatie en prima begeleiding !
We hopen dat jullie dat nog veel jaren
willen doen.
Marianne