Wandeling Papegem

Winterwandeling januari 2011

Zondagnamiddag 30 januari 2011 precies om 13u30 werd vertrokken aan de Zandakkerlaan van op de parking van de handel in allerhande dranken vanuit Heusden. Met auto’s van verschillende merken ging het richting Papegem, om er te gaan wandelen met clubleden van SK Heusden. Papegem, ikzelf nog nooit geweest, en ook nog nooit gezien, volledig onbekend.

Van één ding was ik zeker, Papegem zou op de grond liggen. Na een autoritje van zo een klein half uurtje ergens aan een zijkant van Lede, een eindje verder kwam al spoedig klaarheid in de onwetendheid en de mysterieuze spanning. We kwamen aan in het piepkleine gehucht Papegem, een bijna lege plaats, zo een niemendalletje in vergelijking met andere dorpen. Alzo stonden wij meteen met beide voeten op het Papegemse grondgebied, waarvan deel uitmaakten, Marnix en Sabine, de organisatoren van deze veel belovende wandeling, Keizer Cyriel met keizerin Monique, ’Janootse mee eure Willy was ter uuk bei’, Marc en zijn Brigitte, Lieve De Buck, altijd tegenwoordig als er iets te beleven valt. Ook Chris van de Steene vergezeld van zijn Annick was present en nog twee voor mij onbekende deelnemers vergezeld met de hond. Het beest keek ons allen aan met waakzame, doch welgemeende ogen aan.



Bij het begin van de wandeling volgden wij aandachtig de voetsporen van Marnix en Sabine, want niemand zou geweten hebben alwaar het heen zou gaan. Al vlug werd spoedig doorgetrapt en meteen een welgekomen beweging in de koude vrieslucht. Geen last van rondfladderende motten en ook geen handgeklap voor ronkende vliegen en zoemende muggen. De lucht was blauw en helder waardoor de zon uit haar diepe dal klimmend dan toch nog eens ongehinderd kon schijnen. Een ware opsteker na een sombere januarimaand waarin bij enkele dagen het verschil tussen dag en nacht nauwelijks merkbaar was. De met water verzadigde en leeg geoogste akkers vermengd door diepe rijsporen van de oogstwerktuigen boden een troosteloze aanblik, doch gaven een wijder uitzicht om van de mooie gevarieerde landschappen te kunnen genieten. De omgeving was stil en verlaten want enkel de zorgeloze stemmen in hoger en lager alsook anders klinkende tonen van ons wandelend groepje waren te horen.

Op een super smal romantisch wegeltje langs weerszijden begroeid met dicht struikgewas dook plots en zo onverwacht in een zeldzame uithoek een sober gebouw op. Geen luxueuze optrek doch echte ouderwetse degelijkheid. De witte muren weelderig begroeid met winterharde groene wingerd hielden sommige bovengrondse delen van het gebouw schuil. Aan de bovenkant van een donkerbruine ingangsdeur stond op een rustieke okergele plank de benaming "Wijmenier" te pronken. Marnix en Sabine hadden blijkbaar een muurvaste afspraak met de ’Wijmenier’ want wij werden er als eregasten ontvangen in een sfeervolle plaats waar de ronde tafeltjes door ieder van ons bezet werden. In het midden op de houten plankenvloer stuurde een houtkachel zijn kosteloze en gezellige energie vrolijk in het rond, en deed ons de koude buitenlucht vergeten.



Wij waren allen tevreden in het rustieke en sfeervolle interieur, gevuld met decoratieve antieke voorwerpen zoals kandelaars en rietmandjes en zoveel andere oude ornamenten die bij ons allen de indruk opwekte van hoe het er in vroegere tijden aan toe ging. De tijd waar de alledaagse dingen van het leven nog hoogtij vierden. En plots niet meer de tijd van toen doch de tegenwoordige tijd onder de vorm van een echt ritueel, want de pannenkoeken met glinsterende suikerkristallen werden opgediend. Pannenkoeken staan blijkbaar hoog in het vaandel geschreven in de ’Wijmenier’. Het was er aan te zien dat pannenkoeken eten ons opnieuw zou wapenen tegen de koude buitenlucht want Marnix maakte aanstalten om de wandeling verder te doen wandelen. Bij het verlaten van de "Wijmenier" of het pannenkoekenhuis alwaar wij als het ware in een onvergetelijk sprookjesavontuur in de tijd van toen geleefd hadden, stapten wij dapper in het heden langs smalle veldwegeltjes verder door en om een wat meer begroeide omgeving.



Langsheen de loop van een rustig riviertje, waarop enige plaatsen de dijken een erg geaccidenteerde indruk gaven, alsook op sommige plaatsen uitgespoelde ’omgevingsbegroeing’ , waaraan te zien was dat dit riviertje onder invloed van de waanzinnige novemberneerslag van vorig jaar zichzelf had herschapen tot een woeste stroom die in de omgeving grote delen land deed blinken van het water. Doch op onze wandeling namiddag kabbelde het riviertje met het water laag in de bedding vrolijk verder, alsof er nooit iets was gebeurd. Ook onze geslaagde wandeltocht kabbelde stilaan naar het einde toe. De zon werd groter en paars-rood van kleur, wat onze aandacht trok. Terug aangekomen in Papegem waar elkaar na de afloop handen schudden aan de orde was en al zeggend van ’tot ziens’ ’en als ge wilt’, enz.

Marnix en Sabine het was in orde, een zondagnamiddag met mooie opbeurende belevenissen, en nu zal ik hoe klein het ook is Papegem nooit meer vergeten!

   

Walter Ponnet

PS. De wis of wijm is een lange buigzame twijg waarmee vlechtwerk wordt gemaakt. Het is dus een onontbeerlijk materiaal voor de mandenmaker die hiermee allerlei voorwerpen kan vervaardigen.
In tegenstelling tot de wilgeloot, afkomstig van de knotwilg, en de wissen van de waterwilg, zijn de op struik gekweekte wissen heel deugdelijk materiaal voor de vlechter. De bekendste soorten hiervan zijn: kletters, wieda, gele wis en rode wis (werd pas op het einde van vorige eeuw in onze streken verbouwd). De wissen die men van de knotwilg en waterwilg kapt zijn meerdere jaren oud en kunnen alleen gebruikt worden voor ruw vlechtwerk; ook werden hiermee horden gevlochten dienende als akkersleep en gebruikte men ze veel bij versterking van dijken en beekkanten.


Naar boven