Belgian Cycling Happening

18 september 2010

Nationale bijeenkomst, het heeft zo lang op het bord gestaan. Ik was zo gehecht aan deze waardig klinkende benaming waarvan ik steeds dacht dat ze de eeuwen zou overleven, doch ’njet’ amper een jaartje geleden zo maar weggeveegd.

Het Vlaamse beeldje was gevallen en moest opnieuw gelijmd worden in 3 stukken Engels ’B.C.H.’ Eens iets anders, niets blijft duren. Alleen iets van wat het ooit geweest was om in gedachten op te nemen. Doch achter elk nadeel schuilt een voordeel, want nu zal men het in alle delen van de wereld verstaan. Zaterdag 18 september 2010 stond ook op mijn boekje geschreven. Ik keek er al een tijdje naar uit, want voor een fluitje van een cent werd ons een zorgeloos en comfortabel busvervoer heen en terug naar het Leuvense gepresenteerd. Dit dankzij een toffe suggestie van SKHeusden.

Om 06.30 uur was al het een en het ander te beleven en aan het bewegen op Heusden dorp. Het was fris en nog duister, doch op het dorpsplein van Heusden schijnt het licht in de duisternis, men kan er gans de nacht zonder problemen de krant lezen. Marc De Schoenmacker en Georges Melkebeke ontfermden zich over de wielen en fietskaders door ze op een zorgvuldige en oordeelkundige wijze te stapelen in de aanhangwagen. De fietsen werden behandeld als eieren. Alzo zocht ieder van ons een zitplaatsje op de Begonia bus.

Om 7 uur vertrok dan langzaam het ganse gevaarte van onder de platanenbomen van het Heusdense dorpsplein. Na zo’n goed half uur bolden wij reeds op de Brussels Ring en een eind verder langs Zaventem, waar alleen de staarten van de vliegtuigen zichtbaar waren kwamen we al spoedig aan in het Leuvense.

Op het mooie ronde jaargetal 2010 had Leuven de kaart getrokken voor de organisatie van de ’Belgian Cycling Happening’. Leuven, de stad van de universiteit, bevorderend voor het verstand, en ook de stad van bierbrouwerijen, wat dan het verstand opnieuw tegen werkt. Voor Marc en Georges was het dan dezelfde procedure in de aanhangwagen, maar dan in omgekeerde zin, alle gestapelde wielen en fietskaders moesten dan 'ontstapeld' worden. Alzo begaven wij ons allen naar een reusachtige sporthal bijna zo groot als een kathedraal en lieten wij er onze aanwezigheid bevestigen. Er was een ruime rittenkeuze voorzien naar ieders vermogen en goesting vanaf 25, 45, 75 tot 110 kilometer.

Cyriel en Monique, of de keizer en keizerin van SKHeusden, Andre Raman, Marnix, Arnold, Hilde, Ronald De Muynck, ikzelf en Kevin Claeys, het edel talent van SK Heusden, alsook de schoonste fietser van ons allen. Deze voorgenoemde namen hadden een optie genomen voor de langste rit van 110 km, of beter gezegd zo een trapje naar een wat hoger niveau. De afstanden die onze andere leden hebben gefietst zijn mij onbekend. Goed gezind en met een woeste vrolijkheid begonnen we dan eindelijk aan onze zoveelste rit, langsheen en door het erg verstedelijkte Heverlee, en alzo maakten wij al spoedig kennis met wat ronde punten, stoep op, stoep af en tergend onveilige paaltjes. Al deze opstakelen zijn voor fietsers als een hond in een kegelspel. Dus aanvankelijk en altijd goed uit de doppen kijken was de boodschap.
Na 3 a 4 km, zo tussen Oud-Heverlee en Bierbeek verwelkomden landerijen, een blauwe lucht en een prachtig opgeblonken najaarszon ons als vrolijke gasten.
Het ging er ook vrolijk van door, want op een licht golvend parcours kon dan in het afdalen goed en stevig doorgetrapt worden en alzo werd al spoedig de volgende helling bij de lurven genomen. Er werd vrolijk geklapt met hier en daar een stevige lach, en wij dachten aan alles en nog wat, doch zeker niet aan wat na een 30-tal km onder onze wielen ging geschoven worden. Ergens in Waals-Brabant, de naam van het gehucht ben ik vergeten, en ik wil het ook niet meer weten want daar zagen wij het dan liggen, zo een lange grove kasseistrook ruim goed voor zo een 800 m lang en met stijging tussen 5 a 6 procent, dus wat kloekere kost. Het deed zo een beetje denken aan "le Carrefour de l’Arbre" uit Parijs-Roubaix, maar dan in mini uitvoering met echte ’Belgian stones’.

Na zo wat 35 km aan de eerste stop, was het een ware overrompeling een groot aantal kleurrijke deelnemers kwamen uit alle hoeken en kanten tevoorschijn. Ze waren gewoon niet te tellen. Enkele hapjes eten, een paar slokken drinken, en dan terug de baan op. Na een klein uurtje fietsen want het ging alweer goed vooruit zo in en rond de wijde omgeving tussen Landen, Tienen en Zoutleeuw, want daar kreeg de rit echt kleur! Eindelijk verlost van verstedelijking, huizen, dorpspleinen en veel te grote leegstaande kerken met irritant klokkengeluid. De bijna ongerepte natuur al waar de stilte te horen was, nodigde ons welgemeend uit haar te laten bewonderen en wat trager te fietsen. Een golvend landschap, een blauwe lucht zonder dreigende wolken, uitgestrekte velden met diverse landbouwgewassen, grote graasweiden met bont gekleurde runderen en dit alles omzoomd door bosrijke plekjes, extra schilderachtig in kleur getoverd door een nog goed van katoen gevende najaarszon.

Kortom, de zon deed wonderen, en het was groot feest voor alle zintuigen. Langs een netwerk van smalle kronkelende baantjes doken wij nu en dan door laagstammige boomgaarden alwaar een ontelbaar aantal peren ons van tussen het fris groene gebladerte schitterend toelachten als de echte parels van het Hageland. Hier en daar verliep de rit langs enige drukkere wegen. Nu en dan kregen we soms het gezelschap van wat andere fietsers die bij ons groepje samen in het bad sprongen, doch aangezien de omvang in getal nog niet al te groot was deden wij er verstandig aan en alsook uit veiligheidsoverweging de fietspaden, of de vergeten straatkanten te vertroetelen. Alzo kon dan achter het haagje mooi en keurig als eendjes in het rijtje gefietst worden. Een waaier opzetten zou niet gekund hebben, want daarvoor was veel te weinig plaats, en het zou ook niet nodig geweest zijn want in alle 4 de windstreken lag de wind stevig aan banden.

Aan de 2de stopplaats stond het telraampje op 76 km. Alweer enige hapjes en wat drinken en met wat nog wat kogels bij in het geweer, begaven wij ons terug op weg richting Heverlee. En het ging er deftig aan toe, want het leek er op of we nog maar pas begonnen waren. Het geografisch uitzicht gaf zo niet meer de indruk van golvend te zijn, er waren nu en dan een paar veel langere en ook wat steilere stroken, en juist dat zorgde er voor dat wij af toe toch eens uit ons pijp moesten springen. En vooral zo rond de 95 km, dan viel er plots echt wat te klimmen. Het was geen zwaar klimwerk en zeker geen kruistocht tegen noest gebergte, bijlange niet, doch een paar stroken staken soms lelijk tegen en boden aardig wat weerwerk.
Zo van die hellingen waarvan de deur niet al te gemakkelijk open ging. We werden dan ook rijkelijk beloond met nog een paar snelle afdalingen, en zo zoefden wij dan lekker door de Brabantse lucht. Na zowat 105 km kwam men waarachtig nog een kleine drinkstop tegen doch we zijn er niet voor gestopt. Langs een tergend lange strook ’vals plat’, gevolgd door een lang eind ’oprecht plat’ doorheen Heverlee city, kwamen wij met ons allen voldaan van alles met 112 km op de teller de grote sporthal binnen gestoven. En zo eindigde alles waar het was begonnen. Het zat er weer eens op. Zowat om 16 uur verlieten alle clubleden met hebben en houden het Leuvense Heverlee, en alleen de mooie gedachten van een schoon fietsavontuur lieten wij achter.

Walter Ponnet

Naar boven