In het wiel van ....André Raman

Er was eens... nen echte "Heusdeneire" die aanvankelijk zijn heil in het Gentse moest zoeken wegens de afwezigheid van een fietsclub in eigen gemeente.

Inderdaad, André moest "vreemdgaan" (op de fiets welteverstaan) om zijn ding te kunnen doen, dus ging het in het jaar 1968 richting Gent bij SNA (Sport Na Arbeid), een club die sinds mensenheugenis bestaat. Ik vermoed zelfs sinds het begin van de vorige eeuw, als uitlaatklep na de werkuren.

Zijn stalen ros in die tijd was geen koersfiets maar "ne toeristenfiets mé een plat stuur". Toch trok men in die tijd al met de bus richting Ardennen om "klimkieten" te kweken.

Het was toen al duidelijk dat André in de wieg gelegd was voor het zware werk in de heuvelzones. Als er al een rode draad doorheen zijn verhaal zit, zal het wel het "labeur op de grote plateau" zijn.

Na 1 jaar SNA bleef hij plakken in Gent en trok naar de Koninklijke Gentse Vélosport (KGVS), alwaar hij 4 jaar bleef.

Tot in 1973 SK Heusden boven de doopvont gehouden werd waar hij samen met vrouwtje Denise lid werd. Denise reed uitsluitend familiale ritten, André reed BWB-ritten, toen meestal in grote groep met wegkapiteins, en ook familiale ritjes op de tandem met vrouwlief.

In het 1e bestaansjaar van de club werd André prompt algemeen kampioen BWB met 4.000 km op de teller. "Toeval" zegt hij, want een punten-of kampioenschapsrijder is hij nooit geweest.

Als bescheidenheid een schone deugd is, is dit zeker op André van toepassing. Toen ik hem contacteerde naar aanleiding van dit gesprek, zei hij "ge moet daar niet te veel van schrijven". Wat volgt is in alle bescheidenheid "straffe kost". Ik dacht voor 1 keer mijn titel te veranderen in "poging tot... in het wiel van..."

Men moest (en moet nog steeds) van goeden huize zijn om met Dreetsen op pad te gaan. Bij SK Heusden vond hij natuurlijk gelijkgestemden hierin, als daar waren en zijn Pascal Deriviére en sinds vele jaren José Maes.

Wat dacht je van maar liefst "14" keer de Hel van Parijs-Roubaix ? Uiteraard in alle weersomstandigheden, maar weinig "plat" gereden. Hij zegt : "Ge rijdt alleen plat als ge niet goed rijdt".

Wel, die éne keer in de Hel moet hij toch héél goed gereden hebben. Tesamen met hogergenoemde Pascal waren ze zo vroeg voor de bus binnen dat ze besloten om met de fiets vanuit Roubaix richting thuisfront in Heusden te rijden. Die dag hadden ze 350 km op de teller.

Superlange afstanden genre Parijs-Brest waren niet aan André besteed, eerder waren de middellange "tracks" zijn ding.

Maar het mocht dus liefst een beetje (en soms een beetje veel) "op en af" gaan.

Luik-Bastenaken-Luik bijvoorbeeld (4 keer gereden), vooreerst in groep met wegkapiteins aan een gemiddelde van 22,5/uur "Een beetje te traag" volgens onze laagvlieger. "We waren al blij dat er enen plat reed, dan konden we met een paar achterblijven en na 10 min. terug aanzetten om aan hogere snelheid weer aan te pikken want de groep wachtte niet".

Vergane glories uit de zeventiger jaren zoals Zaventem-Namen-Zaventem over 230 km en Ludenscheid-Kassel (ingericht door het leger en overnachting na de 1e dag) over 200 km werden ook onder de wielen geschoven.

Ook populair in die tijd waren de "triangels" (fietstochten in een 3-hoek tussen 3 plaatsen) die Andr’ aanvatte in Belgie (bestaat nu nog als topcluborganisatie van de PCRS in Knesselare), Nederland (in 1982 over 280 km.), Duitsland (in 1984 over 235 km vanuit Monschau), Luxemburg ( in 1978, ’79 en ’81 over 270 km) en Zwitserland (in 1983 over 250 km met 3.450 m. hoogteverschil).

Ook :
. 6 x de Karel van Wijnendaele over 223 km met 22 hellingen.
. 5 x Drongen-Valenciennes-Drongen.
. 4 x Namen-Bouillon-Namen.
. 1 x Amstel Gold Race in 1996 over 250 km.
. 3 x de Elfstedentocht.
. 5 x de Waalse Pijl.
. 1 x de Omloop het Volk in 1977.
. Champagnerit in Reims over 200 km.
. Blois-Chaville over 230 km.
...en natuurlijk de onvermijdelijke Ronde van Vlaanderen, in 1e instantie vanuit Ledeberg in groep met wegkapiteins en start om 22u.!

In 1996 startte diezelfde RVV in Massemen over 270 km, de huidige versie met start in Brugge reed hij 1-maal op 55-jarige leeftijd.

Ook is André "Grand Maitre du Colombier" (1200 m hoogteverschil) geworden in 1996, d.w.z. 4 beklimmingen van de Franse reus op 1 dag.

In hetzelfde genre is hij "Cinglé du Mont Ventoux" geworden (op 50-jarige leeftijd) , d.w.z. 3 beklimmingen van de reus van de Provence op 1 dag (vanuit Bédoin in 1u47’, vanuit Malaucène in 2u03’ en vanuit Sault in 1u50’). Diegenen die het reeds deden kunnen hun tijden eens vergelijken...

Klein gaatje in zijn palmares is het niet kunnen rijden hebben van Milaan-San Remo (waarvoor hij nochtans ingeschreven was) omdat hij een paar dagen ervoor door een wagen aangereden werd en zijn hand brak. Het is er nooit meer van gekomen.

Wel gelukt (uiteraard zou ik zeggen) is het behalen van het Oostvlaams klimbrevet (20 klimritten in onze provincie) en dan nog 2 kleppers in het buitenland nl. in 1994 het "Brevet cyclotouriste du Massif Ardennais" over 175 km en 2.475 hoogteverschil en in 1998 de "Randonnée des Pyrenées Catalanes" over 7 cols en 214 km met 4.000 m hoogteverschil.

Indrukwekkend lijstje als je het mij vraagt, met voldoening voor iemand die van grote uitdagingen houdt.

Nu en dan heeft hij zich in zijn jeugdige onbezonnenheid al eens vergaloppeerd en moest er met krampen verder gereden worden (ook omdat onze "crack" niet vies was van veelvuldig kopwerk), maar "dat ging nogal rap over" dixit André.

Als ik hem vraag aan welk exploot hij het meest plezier beleefde, steken er toch 2 ritten bovenuit nl.de triangel van Zwitserland (voor de schoonheid van het parcours) en de 1e Parijs-Roubaix die hij samen met José reed (wegens de superbenen die dag - "ik zou kunnen blijven rijden hebben" - ).

Ondanks zijn nog relatief jonge leeftijd is hij momenteel het clublid met het grootst aantal dienstjaren.

Als je het mij vraagt was ik op bezoek bij een kleine grote toerist, eerder klein van stuk maar zéér groot van daden... nog veel fietsgenot, André !

Wordt vervolgd...

Naar boven